De meerwaarde van klinische PNI

| Dr. Leo Pruimboom
Sinds 1999 organiseert de Natura Foundation de opleiding klinische psycho-neuro-immunologie (kPNI). Anno 2016 staat de opleiding sterker dan ooit. Dr. Leo Pruimboom legt uit waarom kPNI absoluut meerwaarde heeft voor jouw praktijk.

 

De afgelopen achttien jaar hebben we met de Natura Foundation, vooraanstaande wetenschappers en universiteiten de klinische PNI verder ontwikkeld tot harde wetenschap. Maar de vraag blijft natuurlijk: wat levert dat de gezondheidsprofessional concreet op?

Wat klinische PNI te bieden heeft

Naast een volledig integratief diagnostisch model dat is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en tientallen jaren praktijkervaring, bieden we ook alle tools en vaardigheden die nodig zijn om dit model effectief in de praktijk te brengen.

 

Waar men bij een diagnose vaak snel tot conclusies wil komen, is dit nooit de weg naar een blijvende oplossing. De beste manier om daarover te denken is als het verschil tussen een foto en de film. Een foto kan een mooi hulpmiddel zijn, maar uit welke hoek is hij genomen? En hoe ziet de film die eraan vooraf ging er precies uit?

 

Een vlotte diagnose levert alleen een foto op, een momentopname. Elke interventie die daarop is gebaseerd is zuiver gefocust op het symptoom. Een film laat daarentegen zien hoe die toestand ontstaan is, helemaal vanaf het epigenetische milieu in de baarmoeder tot aan het huidige moment. En dat is cruciale informatie als je tot werkelijke gezondheidsverbetering wilt komen.

 

Vijf aspecten van de gezondheidstoestand

Wanneer we met een klinische PNI-bril kijken naar de gezondheidstoestand, kijken we niet alleen naar duidelijk zichtbare fysieke, maar ook naar emotionele, cognitieve, sociale en seksuele aspecten. Hieruit komt met behulp van onze tools en vragenlijsten een duidelijk persoonlijkheidstype naar voren. En dat is belangrijk, want iemand met een dopaminerge depressie heeft weinig baat bij een behandeling die zuiver ingrijpt op de serotonerge stofwisseling.

 

Vervolgens proberen we te bepalen of er een conflict bestaat tussen de cliënt en zijn of haar omgeving en of er problemen zijn met de energieverdeling in het lichaam. Daarbij kunnen epigenetische factoren en stress in het vroege leven een rol spelen. Hoe vaak gaat het daarover als men met klachten bij de huisarts komt?

 

Aanvullend op jouw specialisme

Bij de opleiding tot klinisch PNI-therapeut leert u alles over de basale werkingsmechanismen en antropogene factoren die onze gezondheidstoestand bepalen. Deze fundamentele benadering maakt dat klinische PNI goed past binnen elke discipline en daarop een belangrijke aanvulling is.

 

Zo leert een fysiotherapeut hoe massage en andere manuele therapieën invloed hebben op de stofwisseling en immunologie. Een sportwetenschapper leert hoe beweging dit doet en een arts hoe een reguliere interventie ingrijpt op de film van de gezondheid. Ook leren alle deelnemers hoe ze whole food in kunnen zetten als medicijn, beweging als therapie en psycho-emotionele technieken kunnen gebruiken om quick wins te behalen op emotioneel, sociaal en cognitief gebied.

 

Maar hoe is het mogelijk dat klinische PNI zo goed past bij elke gezondheidsachtergrond?

 

Dat komt omdat de vakgroepoverschrijdende wetenschap op een leest van duidelijke fundamenten is geschoeid. Hieronder een overzicht van de belangrijkste drie die telkens weer een rol blijken te spelen bij ziekte en gezondheid.

 

Fundament 1: de hersenen zijn zelfzuchtig

De energie in het lichaam gaat bij voorkeur naar de hersenen. Dit blijkt ook uit het encefalisatiequotiënt dat bij de mens veel hoger ligt dan bij welk ander dier dan ook (Ruiz 2013). Maar als er gezondheidsproblemen zijn, bijvoorbeeld met het immuunsysteem, gaat die energie daar naartoe. Dit heeft gevolgen voor de psychische gesteldheid omdat processen in de hersenen minder optimaal functioneren bij een energietekort.

Fundament 2: het immuunsysteem is een zintuig

Het immuunsysteem is een zintuig en een communicatiesysteem. Alles wat in het lichaam gebeurt wordt door het immuunsysteem ‘gevoeld’, waardoor dit het enige systeem is dat kan reageren op elke mentale en fysieke trigger. Dit leidt tot laaggradige ontsteking omdat verschillende antropogene factoren het immuunsysteem chronisch activeren. Klinische PNI geeft uniek inzicht in laaggradige ontstekingen met behulp van twaalf werkingsmechanismen die het immuunsysteem zelf induceert en ervoor zorgt dat het immuunsysteem verlengd actief blijft. De ‘gekozen’ strategie (waaronder insulineresistentie en leptineresistentie) is uiteindelijk verantwoordelijk voor het soort ziekte (Pruimboom, 2016).

Fundament 3:  de stofwisseling is nog zelfzuchtiger dan de hersenen

Als het lichaam te maken krijgt met chronisch gevaar, neemt de stofwisseling het over door het basaalmetabolisme omlaag te schroeven. Dit leidt tot een gebrek aan energie waardoor bepaalde organen en weefsels ‘verdwijnen’. De eerste weefsels die verdwijnen zijn weefsels die collageen bevatten (Straub 2013, 2012, 2010). Dat is belangrijke informatie voor mensen die personen behandelen die last hebben van chronisch letsel, zoals tendinopathie, bursitis en andere spieraandoeningen. De klinische PNI geeft antwoord op de vragen HOE iets werkt, WAT je eraan kunt doen met deze informatie en WAAR het vandaan komt, de wetenschappelijke achtergrond dus.

 

Het verbindende element

Aspecten, fundamenten, werkingsmechanismen – wat verbindt al deze dingen met elkaar? Binnen de klinische PNI is evolutionaire biologie het verbindende element. Terwijl veel moderne specialismen meer gebaseerd zijn op symptomen (proximate medicine), is klinische PNI zuiver ultimate medicine. De ultieme vraag binnen evolutionaire geneeskunde is:

 

“Waarom heeft de evolutie de mogelijkheid geaccepteerd  om bepaalde ziekten te ontwikkelen, zelfs als deze ziekten de overleving en/of voortplanting nadelig beïnvloeden bij de gastheer?”

 

Het is essentieel om een antwoord te geven op deze waarom-vraag wanneer men kijkt naar chronische ziekten die pandemische proporties hebben aangenomen, zoals depressie en reuma.

 

Meer dan veertig procent van alle mensen krijgt minstens één keer in zijn of haar leven te maken met een klinische depressie en het is een risicofactor voor algehele sterfte en verlies van vruchtbaarheid. Daarbij is depressie in verband gebracht met polymorfismen in meer dan 100 genen. Dan stel je de vraag: waarom heeft evolutie deze kwetsbaarheid geaccepteerd? Had het niet beter geweest als we ervan verlost waren geweest door zogenaamde negatieve selectie?

 

Verrassende antwoorden

Het antwoord op beide vragen is ‘nee’. De genen die gelinkt zijn aan een grotere bevattelijkheid voor de ontwikkeling van depressie, zijn dezelfde genen die ons kunnen beschermen tegen infectie. En infectie is de afgelopen 200.000 jaar de belangrijkste oorzaak van sterfte geweest, dus de evolutionaire druk die daarvan uitgaat is enorm.

 

Onze voorouders hebben ‘geleerd’ zichzelf te beschermen tegen dodelijke sepsis door hiertegen een ongelooflijk sterk en effectief immuunsysteem te ontwikkelen. Depressie is in dit licht een secundair gevolg, wat weliswaar een last is voor het individu, maar tegelijkertijd noodzakelijk is om te kunnen overleven.

 

Voorbeelden van secundaire gevolgen van een effectieve reactie op een virale of bacteriële infectie zijn vermoeidheid, verlies van eetlust, sociale isolatie en toegenomen slaapbehoefte. Deze symptomen worden direct veroorzaakt door het immuunsysteem om verdere aanraking met pathogenen te voorkomen.

 

Ook vindt er herverdeling van energie plaats. Het immuunsysteem heeft meer energie nodig en krijgt dat ook, maar dat kan alleen als ‘dure’ organen minder krijgen. Slaap en sociale isolatie verlagen het energieverbruik van de hersenen. Het punt is dat al deze symptomen ook vallen binnen de diagnostische criteria van een klinische depressie. Met andere woorden: een depressie wordt normaal veroorzaakt door een reactie van het immuunsysteem. Het enige verschil is dat deze immuunreactie langer duurt en daardoor tot een depressie leidt.

 

Klinische PNI is een gezondheidswetenschap die cliënten en hun behandelaars meer inzicht en controle geeft over de wisselwerkingen tussen het brein, de stofwisseling en het immuunsysteem. De kracht van de behandeling ligt in de toepassing van de nieuwste inzichten uit diverse wetenschapsgebieden. Een persoonlijke benadering staat centraal en alle lichamelijke en fysiologische aspecten worden meegenomen.

 

Bekijk hier de kPNI opleiding.