Nieuws

Vrijdag 6 oktober 2017

Herken een exocriene pancreasinsufficiëntie (EPI)

Het effect van uw voedingsinterventie staat of valt met de toestand van de spijsvertering bij uw cliënt. Daarbij speelt de productie van  spijsverteringsenzymen in de exocriene pancreas een zeer grote rol. Herkent u de symptomen van een EPI?

 

Een verminderde exocriene pancreasfunctie wordt gekenmerkt door een verminderde activiteit van de alvleesklierenzymen in de dunne darm. De oorzaken van een verminderde exocriene pancreasfunctie zijn zeer uiteenlopend. Uit dierlijke en humane studies (waaronder Dominguez-Munoz, 2007) blijkt dat de volgende zaken vaak een oorzaak zijn:

  • Verkramping van de sfincter van Oddi
  • Problemen in het endocriene gedeelte van de pancreas
  • Galstenen
  • Alcoholmisbruik
  • Tabak
  • Tekort aan micronutriënten
  • Voeding met te veel (geraffineerde) koolhydraten
  • Hoogcalorische voeding
  • Grote inname van peulvruchten en granen
  • Te weinig/te veel beweging

Peulvruchten en granen

De grote hoeveelheden peulvruchten en granen in onze huidige voeding is waarschijnlijk één van de grootste basale oorzaken van een exocriene pancreasinsufficiëntie. Al in de jaren tachtig en negentig werd in verschillende studies aangegeven dat granen en de proteaseremmers in peulvruchten in staat zijn de productie en activatie van pancreasenzymen af te remmen. In 1999 werd door Loren Cordain daar nog aan toegevoegd dat de vezels van granen en peulvruchten, lectinen, saponinen en proteaseremmers bevatten die een grote invloed hebben op de exocriene alvleesklierfunctie.

Endocrien en exocrien gaan samen

Een zeer belangrijke factor binnen een exocriene alvleesklierinsufficiëntie is een overbelaste endocriene functie van de alvleesklier. Zowel het endocriene gedeelte als het exocriene gedeelte van de alvleesklier worden door elkaar beïnvloed. Een gebrekkige bloedsuikerhuishouding (o.a. hypoglykemie en diabetes) heeft grote invloed op de kwaliteit van de spijsvertering. Maar dit geldt ook omgekeerd. Een gebrekkige exocriene functie heeft ook grote gevolgen voor de endocriene functie van de pancreas.

Heel vaak zal dan ook de behandeling niet alleen moeten bestaan uit het positief ondersteunen van één van de twee functies van de pancreas, maar moeten we veel meer een totale interventie toepassen. Hierbij moet zowel de endocriene functie als de exocriene functie behandeld worden.

In de onderstaande tabel wordt de invloed tussen insuline op de exocriene functie van de alvleesklier getoond (Lam 1999, Berry 1996).

 

Hypo-insulinemie

Insulineresistentie

Hyperglykemie

  • Atrofie van de alvleesklier
  • Vervetting rond de acinaire cellen
  • Verlies van CCK-receptoren
  • Daling van CHO3 -productie
  • Daling van CCK-productie
  • Daling van vagale tonus
  • Daling van CHO3
  • Daling productie  CCK en basale alvleesklierenzymen

 

De symptomen van exocriene alvleesierinsuffuciëntie 

De meeste symptomen zijn toe te schrijven aan een slechte vet-, eitwit- en koolhydraatvertering. Daarbij zien we dat lipase wel de meest kwetsbare is. Dit is dan ook de reden waarom de meeste mensen die leiden aan EPI bijna altijd een vette stoelgang hebben. De meest voorkomende symptomen zijn:

  • Spijsverteringsklachten, waaronder diarree
  • Vette, plakkerige, stinkende ontlasting
  • Opgeblazen gevoel
  • Winderigheid
  • Slechte adem
  • Hoofdpijn
  • Pijn in onderbuik
  • Slechte opname van vetzuren en vetoplosbare nutriënten
  • Uitputting endocriene systeem

Bij primaire aandoeningen van de alvleesklier ligt vaak een exocriene pancreasinsufficiëntie ten grondslag:

  • Chronische pancreatitis
  • Cystis Fibrosis
  • Acute pancreatitis
  • Alvleesklierkanker

 

Ook bij andere ziektebeelden speelt een exocriene pancreasinsufficiëntie een grote rol:

  • De ziekte van Crohn
  • Malabsorptie van lactose
  • Chirurgische ingrepen van de alvleesklier en darmen

De therapie van endocriene pancreasinsufficiëntie

Een endocriene alvleesklier insufficiëntie is een aandoening die vaak voorkomt en die als er niets gedaan wordt, tot vele andere gezondheidsproblemen kan leiden. De therapie voor EPI zou moeten bestaan uit een juiste voeding, voldoende beweging, ontspanning, het optimaliseren van de darmflora en het darmepitheel en het aanvullen van spijsverteringsenzymen (let er overigens wel op dat dit gecontra-indiceerd is bij vormen van pancreatitis). Tevens zal de nadruk vaak liggen in het herstellen van de bloedsuikerhuishouding. Zowel het exocriene weefsel als ook het endocriene weefsel moet worden hersteld!

Wanneer men de EPI op het spoor is gekomen en aan het behandelen is, kan met succes een darmbehandeling gestart worden. Zo heeft u het meeste resultaat van uw behandeling.

 

Conclusie

Niet alleen de endocriene functie van de pancreas is van belang voor de gezondheid. Specifiek de exocriene functie van de pancreas speelt een grote rol bij de spijsvertering en vergt zo grote aandacht bij spijsverteringsklachten en -aandoeningen. De exocriene functie van de alvleesklier bestaat uit het produceren van spijsverteringsenzymen en de productie van natriumbicarbonaat. Exocriene pancreasinsufficiëntie komt vaak voor en ontstaat primair door onze huidige lifestyle waaronder een verkeerde voeding, teveel alcohol, stress en te weinig beweging. De exocriene functie heeft tevens invloed op de endocriene functie en vice versa. Problemen met de bloedsuikerhuishouding zorgen dus ook voor problemen in de exocriene functie. Een goede therapie biedt ondersteuning aan beide weefseltypes en behoort dus een totale interventie te zijn.

 

Bronnen

Lam WF, Masclee AA, Souverijn JH, Lamers CB. Effect of acute hyperglycemia on basal pancreatic secretion in humans. Life Sci 1999;64:617-626

Berry, SM, Fink AS. Insulin inhibits secretin stimulated pancreatic bicarbonate output by a dose dependent neurally mediated mechanism. Am J Physiol 1996; 270:G 163-170

Margo Peinemann, syllabus Spijsverteringsenzymen, Natura Foundation 2010