Nieuws

Maandag 9 april 2018

Hoe regelmaat ons ziek maakt

U bent ongetwijfeld bekend met de spreekwoordelijke “regelmaat van de klok”. Dankzij de klok, het dagelijkse 24-uurs ritme, regeert de tijd over ons leven. We eten, drinken, werken, sporten, ontspannen en slapen op gezette tijden en hanteren over het algemeen een vast dagritme. Maar is het eigenlijk wel gezond om een vaste regelmaat in dagelijkse activiteiten te hebben? Hoe regelmatig was ons leven 10.000 jaar geleden en welke invloed heeft dat (nog steeds) op ons bioritme?

 

Het menselijk bioritme wordt gestuurd door de nucleus suprachiasmaticus (SupraChiasmatic Nucleus, SCN), de biologische klok van het menselijk brein. Onder invloed van veranderingen in lichtsterkte (zonlicht en duisternis) reguleert het een groot aantal neuro-endocrinologische functies. Zo goed als alle neurotransmitters en hormonen worden geproduceerd volgens een bepaald ritme via een zogenaamde bio-oscillator (ritmeregelaar) die basaal in de SCN ligt. Zo bestaan er bioritmes voor de productie en de activiteit van cortisol, catecholaminen, renine, angiotensine, aldosteron en serotonine. De SCN werkt in feite als pacemaker van het totale lichaam. Hypothalamus-geregelde functies zorgen voor synchronisatie van perifere oscillatoren in perifere organen en daarmee voor het in stand houden van gezondheid middels energieverdeling.


De verschillende bioritmes worden beïnvloed door een groot aantal factoren. Naast zonlicht en duisternis zijn dat onder meer emotionele stress, klimaat, slaap en beweging. De SCN communiceert via directe neuronale verbindingen met belangrijke organen, zoals de epifyse, de hypothalamus en de neocortex van beide hemisferen. Serotonine uit de nuclei van Raphe ‘regelt’ de SCN emotioneel. Noradrenaline uit de locus coeruleus heeft een directe regulerende en/of storende invloed op de SCN. De retina-SCN-verbinding, waarbij daglicht een cruciale rol speelt, zorgt via de retino-hypothalamic-tract (RHT) voor het in stand houden van het juiste bioritme. 


De SCN behoort tot de periventriculaire organen. Dit zijn organen die gekenmerkt worden door de afwezigheid van een bloed-hersen-barrière en dus direct (binnen 2-4 minuten) geïnformeerd worden over veranderingen in de periferie via biochemische substanties in de bloedbaan. De SCN reageert dan ook snel op deze veranderingen.

 

Een voorbeeld van pathologische perifere invloeden op het bioritme betreft mensen met een tekort aan het enzym dipeptidilpeptidase. Een tekort aan dit enzym, dat geproduceerd wordt door cellen in de darm onder invloed van fysiologische bacteriekolonies, geeft aanleiding tot stoornissen in de omzetting van caseïne (melkeiwit) en gluten (graaneiwit). De vorming van bètacasomorfine 9 en gliadinomorfine 7 is dan het gevolg. Lekken deze stoffen door de darmwand,  dan blijkt dat de aandacht van de persoon binnen twee tot vier minuten afneemt via ‘inslaap-tuning’ in de SCN.

 

Het normale bioritme (licht/donker) activeert evolutionair bepaalde klokgenen en ritmeregelaars in de hypothalamus en daarmee in alle organen van het menselijk lichaam. Eén van de meest verbreide universele paradigma’s met betrekking tot het in stand houden van gezondheid heeft te maken met regelmaat. Men zou regelmatig behoren te eten, te slapen, te drinken, te rusten enz. Regelmaat zonder rekening te houden met het normale bioritme (eten als men honger heeft, drinken als men dorst heeft, slapen als het donker wordt) activeert de zogenaamde food entrained oscillator (FEO) in de hypothalamus. De FEO wordt normaliter door de SCN geremd, waardoor o.a. voedingsinname gereguleerd wordt via het hongergevoel en niet via regelmaat. Worden de signalen vanuit de SCN genegeerd en wordt in plaats daarvan een vaste regelmaat aangehouden voor eten, drinken, bewegen en slapen, dan heeft dat gevolgen voor oscillatie in perifere organen. Regelmaat dwingt de hypothalamus tot een FEO-ritme in plaats van een natuurlijk SCN-ritme, waardoor zowel centraal als perifeer een ander ritme ontstaat. De interne klok wordt als het ware in een andere tijdzone gezet. 

 

Belangrijke perifere organen met klokgenen (bioritmische oscillatoren) zijn de pancreas, de spieren en vetweefsel. De productie van stoffen zoals insuline, leptine en interleukine 6 door deze organen is ritmisch, waarbij zowel spontane activatie als centrale regulatie een rol speelt. Wordt dit natuurlijke ritme verstoord, doordat de centrale regulatie in een regelmatig ritme wordt gedwongen door de FEO, dan heeft dat tot gevolg dat homeostatische stoornissen niet meer worden gereguleerd en misschien zelfs wel worden geproduceerd. Verstoring van het natuurlijke ritme door de FEO kan verantwoordelijk zijn voor ernstige stoornissen op het gebied van energieverdeling, met ziekte als gevolg. Leven in een vast ritme met maaltijden, tussendoortjes en activiteiten op gezette tijden in plaats van naar behoefte, zijn een belangrijke oorzaak voor bioritmestoornissen. De oplossing is intermittent leven: intermittent fasting, intermittent eating, intermittent drinking, intermittent excersising. Het enige dat niet intermittent maar juist met vaste regelmaat, in het ritme van licht en donker, dient te gebeuren, is slapen. De verklaring hiervoor is te vinden in de evolutie: waar activiteiten overdag afhankelijk waren van en varieerden met de aan- of afwezigheid van bijvoorbeeld voedsel en gevaar en gedreven werden door een honger- of vluchtimpuls, was slaap eenvoudigweg gebonden aan het natuurlijke ritme van donker en licht door de afwezigheid van kunstlicht. 


Recent onderzoek heeft aangetoond dat in tegenstelling tot wat lang werd gedacht, chronotypes (ochtend- en avondmensen) in de Westerse samenleving  niet meer bestaan. Door de afwezigheid van gevaar in Westerse samenlevingen (we slapen in het algemeen veilig in ons warme bed) is de noodzaak tot (be)waken en alert zijn, in tegenstelling tot bij natuurvolkeren, niet meer aanwezig. In de Westerse samenleving zijn avondmensen avondmensen omdat ze zichzelf ’s avonds blootstellen aan meer blauw licht, waardoor de melatonineproductie wordt geremd, ze langer wakker blijven en later naar bed gaan. Ochtendmensen zijn ochtendmensen omdat ze ’s avonds eerder de lichten dimmen, waardoor de productie van melatonine eerder op gang komt, ze eerder moe worden en vroeger naar bed gaan. Uit onderzoek blijkt dat wanneer mensen leven bij de afwezigheid van kunstlicht, bijvoorbeeld door te kamperen in de natuur zonder de aanwezigheid van lampen, hun bioritme na 48 uur is gesynchroniseerd met de cyclus van natuurlijk licht. Dit komt precies overeen met de ervaringen van dr. Leo Pruimboom, wetenschappelijk directeur van Natura Foundation en grondlegger van de klinische PNI, tijdens de Pyreneeën-trips die de basis waren voor zijn Study of Origin in 2016.


Regelmaat beperkt zich natuurlijk niet tot dagindeling, maar heeft ook betrekking op regelmaat in voeding en beweging. Hoeveel verschillende voedingsmiddelen eet uw cliënt? Hoeveel afwisseling zit er in zijn beweging (als hij al beweegt)? Het sleutelwoord voor de oplossing is: variatie. Afwisseling. Intermitterend leven. Neemt u voor uzelf en uw cliënten ter harte dat de regelmaat van de klok niet zaligmakend is; een beetje variatie in het dagelijks leven kan wonderen verrichten!

Bronnen

Bechtold D.A., 2008 Energy-responsive time keeping. J. Genet. 87, 447–458
Hastings M., Journal of Endocrinology (2007) 195, 187–198
Karatsoreos I.N., Endocrinology. 2007 December ; 148(12): 5640–5647
Yan L., Cold Spring Harb Symp Quant Biol. 2007 ; 72: 527–541
Samson D.R., Proc Biol Sci. 2017 Jul 12;284 (1858)
Swaminathan K.J., Biol Rhythms. 2017 Apr;32(2):165-176
Stothard E.R., Curr Biol. 2017 Feb 20;27(4):508-513
Samson D.R., Am J Phys Anthropol. 2017 Mar;162(3):573-582