Nieuws

Maandag 9 oktober 2017

Spijsvertering vaak obstakel bij voedingstherapie

Werkt je cliënt hard aan haar voeding, maar merkt ze daar nog weinig van? Heeft ze nog steeds last van aspecifieke klachten? Dan is de kans groot dat er sprake is van een tekort aan spijsverteringsenzymen. De hoogste tijd om kennis te maken met SAPU, GalU en HUT.

 

Een goede spijsvertering verhoogt de biologische beschikbaarheid van nutriënten, verbetert de voedseltolerantie en remt de vorming van toxinen en andere belastende substanties. Maar daarvoor zijn wel voldoende spijsverteringsenzymen nodig. Dit zijn gespecialiseerde enzymen die onder andere zorgen voor een goede vertering van de macronutriënten en de opneembaarheid verhogen van vetoplosbare vitaminen.

 

Door eerst na te gaan of de spijsvertering wel goed werkt, zorg je ervoor dat je cliënt werkelijk baat heeft bij de adviezen en tips die je verstrekt. Vaak heeft een vroegtijdige interventie met spijsverteringsenzymen – deels overlappend met de beginstadia van een darmbehandeling – al snel een gunstig effect. Je vergroot op deze manier niet alleen het succes van je interventie, maar ook de kans op een betere therapietrouw.

 

Exocriene pancreasinsufficiëntie

Een veelvoorkomende oorzaak van een tekort aan bepaalde spijsverteringsenzymen is de exocriene pancreasinsufficiëntie (EPI). Daarbij is de endocriene functie van de alvleesklier (insulineproductie) dermate overbelast, dat de exocriene functie (productie van spijsverteringsenzymen) niet langer goed zijn werk kan doen. Vaak loopt dit proces samen op met het ontstaan van aspecifieke klachten. En juist die kunnen funest zijn voor de therapietrouw.

 

Aspecifieke klachten ondermijnen de motivatie bij je cliënt, zeker als ze al haar best doet om gezond te eten. Voorbeelden zijn onder andere opgeblazenheid, flatulentie, buikpijn, stoelgangproblemen, vermoeidheid en diverse gerelateerde klachten. Blijven deze ondanks een goed doordachte voedingstherapie opspelen? Dan is het aan te bevelen in een vroeg stadium extra spijsverteringsenzymen te adviseren om zo in ieder geval de alvleesklier te ontlasten. Verderop lees je wat je nog meer kunt doen.

 

Welke enzymen uitkomst kunnen bieden

Elk enzym heeft zijn eigen, specifieke werkingsgebied en vormt een oplossing voor één duidelijk afgebakend probleem. Lipase helpt bijvoorbeeld specifiek bij de afbraak en opname van vet. Soms is het natuurlijk niet geheel duidelijk waar het probleem zit – aspecifieke klachten zijn per definitie moeilijk te duiden – maar dan is het geen enkel probleem om het gehele spectrum in één keer aan te vullen; van geen van de spijsverteringsenzymen zijn bij oraal gebruik immers bijwerkingen bekend*.

 

Om je op weg te helpen, hebben we de belangrijkste voor je op een rij gezet, met daarachter een cryptisch acroniem. Dit is een afkorting voor de gestandaardiseerde enzymactiviteit voor dat specifieke enzym. Dit mag obscuur ogen, maar uitdrukken in milligrammen is geen oplossing: alleen de enzymactiviteit zegt iets over werkzaamheid. Het getal dat erachter vermeld staat, drukt dus ook niet de hoeveelheid uit, maar de reactiesnelheid met de stof die afgebroken moet worden. Hoe hoger die snelheid, hoe meer stof er in een kortere tijd kan worden afgebroken. Dien je meer enzymen toe, dan kan er meer stof worden afgebroken, maar de reactiesnelheid blijft dan constant.

 

*Let op: bij vermoeden van pancreatitis, ileus, etterophoping, galwegobstructie en ernstige leverfunctiestoornissen is het gebruik van spijsverteringsenzymen gecontraïndiceerd.

 

Protease of proteolytische enzymen splitsen voedingseiwitten in goed opneembare peptiden en aminozuren. De enzymactiviteit van proteolytische enzymen wordt uitgedrukt in HUT (Hemoglobin Unit) en is gebaseerd op de enzymatische hydrolyse van gedenatureerd hemoglobine. Ook SAPU wordt gebruikt, dat staat voor Spectrophotometric Acid Protease Units. Streef naar een HUT van minimaal 20200 en een SAPU van 50 wanneer je spijsverteringsenzymen adviseert.

 

Papaïne is een enzym dat al verpakt zit in papaja. Het splitst voedingseiwitten in peptiden en aminozuren en heeft tevens zetmeelsplitsende en enigszins vetsplitsende eigenschappen. De enzymactiviteit van papaïne wordt uitgedrukt in NF (National Formulary). Een wenselijk aantal eenheden is 2500. 

 

Bromelaïne zit in ananas. Net als papaïne splitst bromelaïne eveneens voedingseiwitten en ondersteunt het effect van fungale proteolytische enzymen. Ook goed om te weten is dat bromelaïne de vertering bij pepsine- en/of trypsinedeficiëntie ondersteunt. De enzymactiviteit van bromelaïne wordt uitgedrukt in GDU (Gelatin Digesting Units), met een wenselijk aantal eenheden van 50.

 

Amylase breekt complexe suikers (zetmeel) af tot tri-, di- en monosachariden. De enzymactiviteit van amylase wordt uitgedrukt in DU (Dextrinizing Units). Streef naar toediening van 3500 eenheden.

 

Glucoamylase oftewel amyloglucosidase breekt eveneens zetmeelachtige koolhydraten af. De enzymactiviteit van glucoamylase wordt uitgedrukt in AGU (Amyloglucosidase Units) met 10 eenheden. 

 

Lactase oftewel bèta-galactosidase splitst het disaccharide lactose uit melk in de enkelvoudige suikers galactose en glucose. De enzymactiviteit van lactase wordt uitgedrukt in ALU (Acid Lactase Units) en werkt het best met 1000 eenheden. Het is een mooi overgangsenzym voor wie nog niet heeft kunnen stoppen met het drinken van melk.

 

Invertase splitst het disacharide sucrose in de enkelvoudige suikers glucose en fructose. De enzymactiviteit van invertase wordt uitgedrukt in SU (Sarett glucose oxidase Units) en een wenselijk aantal eenheden is 400. 

 

Alfa-Galactosidase Zeker wanneer je cliënt nog niet de emotionele band met brood heeft kunnen verbreken, is alfa-galactosidase een erg goede aanvulling. Het breekt suikers af als raffinose, stachyose en verbascose en helpt bij de vertering van graan, peulvruchten en koolsoorten. De enzymactiviteit van alfa-galactosidase wordt uitgedrukt in GalU (Galactosidase Units), bij voorkeur 150 eenheden. 

 

Lipase verteert vetten en verhoogt de opname van lipofiele nutriënten (vitamine A en D). De enzymactiviteit van lipase wordt uitgedrukt in FIP (Federation Internationale Pharmaceutique), bij voorkeur 2000 eenheden. 

 

Fytase breekt fytinezuur af in granen en bonen waardoor mineralen beter worden opgenomen. Natuurlijk wil men uiteindelijk van granen af, maar het is dus een mooi overgangsenzym. De enzymactiviteit van fytase wordt uitgedrukt in FTU (FyTase Units) en is effectief bij 30 eenheden. 

 

Speciale aandacht: DPP-IV

Spijsverteringsenzymen leggen de basis voor een betere gezondheid van cellen en weefsels verderop in de stofwisselingsketen. Dat geldt ook cellen en weefsels binnen de hersenstofwisseling. Het beste voorbeeld daarvan is misschien wel DPP-IV, dat gliadine afkomstig uit granen afbreekt in de darm. Wanneer gliadine onvoldoende wordt afgebroken in de darm ontstaan exorfines, wat staat voor exogene morfineachtige stoffen.

 

Via een ‘leaky gut’ – wat direct kan worden veroorzaakt door de ontstekingsbevorderende werking van gliadine – kunnen deze exorfines in de bloedbaan terechtkomen en de hersenen bereiken. Een overmaat aan exorfines wordt in verband gebracht met een hele reeks symptomen die lijken op autisme en storingen in de waarneming, waaronder ADHD, autisme, eetstoornissen, schizofrenie, verslaving en depressie. Dit wordt de opioid excess theory genoemd.

 

Lees hier meer over endo- en exopeptidasen [AF2] en de effectiviteit van een behandeling met DPP-IV.

 

Tot slot

Tijdens een interventie met spijsverteringsenzymen komt vaak een spastische sfincter van Oddi naar boven. Dit kan eenvoudig worden aangepakt met magnesium. En die EPI? Hoe lossen we die op? In theorie is dat eenvoudig: remmen van de voortdurende belasting van de endocriene pancreas door minder geraffineerde koolhydraten en suiker te laten eten en te zorgen voor extra voedingsstoffen die de alvleesklier ondersteunen. Zowel het exocriene weefsel als ook het endocriene weefsel moet worden hersteld!

 

Veel studies hebben aangetoond dat het toedienen van alvleesklierenzymen zeer effectief is [1,2]. Juist bij de uitdagende ontwikkeling die je cliënt doormaakt, naar een nieuwe manier van eten en leven, kunnen deze enzymen al op de korte termijn een zeer waardevolle aanvulling zijn op je therapie.  

 

Bronnen

[1] Dominquez-Munoz, JE. Pancreatix Enzyme Therapy for Pancreatic Exocrine Insufficiency. Current Gatroenterology Reports 2007, 9:116-122

[2] Roxas M. The role of enzyme supplementation in digestive disorders. Alternative Medicine Review Volume 13, Number 4 2008